24-01-08

Johannes Brahms: Dubbelconcerto

 

 

Johannes Brahms: Dubbelconcerto in a-klein voor viool, cello en orkest, opus 102 (1887). 

 

Met het dubbelconcerto voor viool en cello schreef Brahms zijn allerlaatste orkestraal werk. Het werd geschreven in 1887, twee jaar na zijn laatste symfonie en zes jaar na zijn laatste soloconcerto. Het werd opgedragen aan de beroemde violist Joseph Joachim en de cellist Robert Hausmann. 

Joseph Joachim

 

 

402px-JJM
 Joseph Joachim

 

 

 


Het vioolconcerto, geschreven in 1878, had Brahms ook reeds opgedragen aan Joachim die één van zijn trouwste vrienden was. Joachim had hem daarbij geholpen met
raadgevingen betreffende viooltechnische problemen. Ook eerder al had Brahms voor andere composities veel beroep gedaan op de mening van Joachim die zelf een begaafd componist was. Het is ook dankzij hem dat Brahms in contact was gekomen met Robert en Clara Schumann, een ontmoeting die één van de grootste mijlpalen in zijn leven zou betekenen. Brahms en Joachim gaven samen talrijke concerten. Ook op de gelegenheden dat de violist met anderen optrad bleek deze steeds een fervent verdediger te zijn van het werk van Johannes Brahms. Hoewel beiden erg goed met mekaar konden opschieten, waren er bepaalde aspecten in het karakter van Joachim die Brahms niet goed lagen. Als musici hadden ze duidelijk heel groot respect voor mekaar, maar op persoonlijk vlak klikte het niet altijd zo best.
 


343px-JJandAmalie

Joseph en Amalie Joachim

 

Toen Joachim in 1880 van zijn vrouw wilde scheiden, omdat hij haar ervan betichtte een relatie te hebben met de uitgever Fritz Simrock, koos Brahms prompt partij voor Amalie Joachim. Hij had Joachim al eerder mondeling zijn mening te kennen gegeven maar wanneer bleek dat deze het meende met de scheiding schreef Brahms een brief aan Amalie waarin hij begrip voor haar toont en Joachim beschuldigt van blinde jaloezie. Deze brief werd door Joachims’ echtgenote tijdens het proces gebruikt om zich te verdedigen. De vriendschap tussen beide musici had hiermee een flinke kortsluiting opgelopen. Maar ondanks het feit dat Joachim erg geschokt was over de inmenging van Brahms bleef hij het werk van de componist vertolken en verdedigen. Vanaf 1886 begon Brahms op verschillende manieren pogingen te ondernemen om zijn oude vriend terug te kunnen benaderen. Onder andere door met Robert Hausmann, de cellist van het strijkkwartet van Joachim, zijn tweede cellosonate voor de eerste maal uit te voeren. Dit haalde echter niets uit. Begin 1887 begon bij Brahms de gedachte te groeien dat een dubbelconcerto voor viool en cello, opgedragen aan Joachim en Hausmann wel eens het ijs zou kunnen doorbreken. Het werk werd geschreven tijdens de zomer die de componist doorbracht in het Zwitserse Hofstetten nabij Thun. Brahms nam samen met Joachim en Hausmann voor de eerste maal het materiaal door bij Clara Schumann. In haar dagboek noteerde de gastvrouw hoe blij ze was dat

 

 img-106


Brahms en Joachim na al die jaren terug met elkaar spraken. De première van het werk vond plaats in Keulen op 18 oktober 1887. Er volgden nog meerdere uitvoeringen onder leiding van Brahms, samen met Joachim en Hausmann.
 

 

Hofstetten bij Thun

 

 

thun_view

 Thun

 

 

In de ontstaansperiode van het dubbelconcerto stond Brahms aan het hoogtepunt van zijn carrière. Hij was in Europa een gekend componist die zowel grote aanhangers als tegenstanders kende. Sinds 1868 woonde en werkte hij in Wenen maar tijdens de zomer verliet hij altijd graag de stad om zich terug te trekken in de natuur. Zo verbleef hij in de zomers van 1886 tot 1888 in Hofstetten aan het Thunermeer in Zwitserland. Hier schreef

 1_lg


hij een twaalftal prachtige werken. De omringende natuur deed hem goed. Brahms ging er veel wandelen, niet alleen omdat z’n arts het hem aanraadde vanwege z’n buikje maar ook omdat hij er veel plezier aan beleefde. Uit zijn briefwisseling blijkt duidelijk hoe goed hij zich daar voelde. Brahms die niet erg goed overweg kon met de mondaine omgangsvormen waarmee hij in Wenen al genoeg geconfronteerd werd, voelde zich het best op zijn gemak als hij ’s morgens rustig in de tuin van zijn hotel onder een boom kon componeren, ’s namiddags de natuur kon intrekken en s’avonds een stevige pot bier in één van de talrijke Bierstube kon gaan drinken. Hij deed ook altijd graag een babbeltje met een paar leden van het casino-orkest van Thun.

 

brahms3
Johannes Brahms 

In Bern dat zich op ongeveer 30 km bevindt van Thun, woonde bovendien een goede vriend van hem: Joseph Victor Widmann, schrijver en journalist. Hij ging er haast elk weekend naar toe. Widmann die z’n herinneringen aan Brahms gelukkig neergepend heeft, vertelt heel wat details over hem. Zo schrijft hij dat

 

 

widmann0101

 Joseph Victor Widmann

de componist enkel tijdens de wintermaanden aandacht aan z’n kledij placht te schenken maar er tijdens de zomermaanden graag zo nonchalant mogelijk bijliep. Wanneer hij tot Bern kwam vond hij het overbodig een stijve kraag en een das aan te doen, iets wat in die dagen niet al te gewoon was. En als het regende kwam hij er door met een plaid over z’n schouders vastgemaakt met een enorme veiligheidsspeld. Voor Widmann en z’n genodigden speelde Brahms graag wat op de piano. Zijn voorkeur ging daarbij vooral uit naar Bach, Schubert en Schumann. Maar typisch voor Brahms is dat deze muziekavonden haast altijd moesten eindigen met walsen van Strauss, wat de aanwezigen steeds tot dansen aanzette.

 

 

356px-Johann_Strauss_and_Brahms_in_Vienna

 

Dubbelconcerto

 

 

 


Op één of andere manier komt het dubbelconcerto over als een perfecte weerspiegeling van de beschrijving die Widmann naliet van de persoonlijkheid van Brahms in die periode. Vooral de behoefte van de componist om op erg vrije manier te componeren en zich niet al te veel aan de toen gebruikelijke vormentaal gelegen te laten liggen. Drie aspecten vallen meteen op. Ten eerste de voor de romantiek erg ongebruikelijke keuze voor het genre van een dubbelconcerto, ten tweede de bijzonder persoonlijke en ongewone manier waarop het werk is opgebouwd en tenslotte het uitgesproken dansend karakter van het laatste deel.

Dubbelconcerti waren een veel beoefend genre in de barokperiode en kenden hun opvolging in de symphonia concertante in de klassieke periode. Maar in de romantiek is deze formule erg ongebruikelijk, zodanig zelfs dat Eduard Hanslick, de criticus die Brahms altijd zo fel verdedigde, het er moeilijk mee had. Een concerto diende volgens de normen van die tijd één solist volledig in het daglicht te plaatsen en deze de kans te geven z’n virtuositeit optimaal te kunnen tonen. Het show-element dat daarmee ontegensprekelijk verbonden was, sprak Brahms absoluut niet aan. Voor hem ging het om het samenspel, de dialoog tussen solist en orkest die samen aan één geheel werkten zonder aan enige vorm van hiërarchie te denken. Dit was al duidelijk in zijn eerste pianoconcerto van 1858 dat overigens erg koel bij het publiek is onthaald geworden. Waar dit eerste pianoconcerto zo ongeveer het midden houdt tussen een concerto en een symfonie met piano, doet het dubbelconcerto steeds denken aan een vorm van kamermuziek. De keuze van een dubbelconcerto zou volgens sommige auteurs ook kunnen geïnterpreteerd worden als het symbool dat Brahms zocht voor zijn hereniging met Joachim. Het eerste deel zet in op een kordate, ietwat norse manier met de beginnoten van het hoofdthema door het voltallige orkest. Na slechts vier maten gaat de cello alleen door, om een lange cadens te ontwikkelen van 21 maten. Dan geeft de blazersectie gedurende 5 maten even het begin prijs van het tweede meer tedere thema, waarna de viool, direct gevolgd door de cello samen een cadens ontwikkelen van 26 maten die dan leidt tot de vulkanische uitbarsting van het eerste thema in gans het orkest. Een woelig overgangsthema met gesyncopeerde noten leidt tot het tweede lieflijkere thema. De thema’s worden verder ontwikkeld waarbij er een heel mooie interactie is tussen viool en cello en tussen de solisten en het orkest. Viool en cello klinken op sommige plaatsen als één groot snaarinstrument met een geweldig groot bereik. Andere passages waar de instrumenten volledig parallel lopen, worden door sommigen ook weer geïnterpreteerd als symbool voor de herstelde vriendschap tussen Joachim en Brahms.  Ook de rijke ritmiek van deze beweging is fascinerend. Het samenbrengen van triolen en duolen in het eerste thema en het spelen met accenten waardoor de melodie zich vrijmaakt van het metrum geven soms een geïmproviseerd gevoel. Het tweede deel is van een ontroerende schoonheid. De openheid van de toonaard (D groot, met passages in F groot) die de componist hiervoor koos geeft aan dit Andante een eerder lyrisch, pastoraal karakter. Hoewel de melancholische ondertoon, eigen aan Brahms, nooit ver zoek is, domineert hier toch een stemming van intens geluk. Na een openingsaanroep van de hoorns en de houtblazers spelen beide solisten unisono het brede zangerige hoofdthema, waar de houtblazers op inpikken. Het tweede thema is statischer en meer dromerig. De beweging eindigt op een broos diminuendo. Het laatste deel is een aanstekelijke dans, waarbij je moeilijk stil kan blijven zitten. Onvermijdelijk doet het denken aan Brahms die er aan hield van met Strausswalsen de avonden bij Widmann op een vrolijke, losse manier te beëindigen. Dit Vivace non troppo, dat ook weer niet door het orkest maar door beide solisten ingeleid wordt, is van een sprankelende levendigheid, die alleen maar doet betreuren dat dit reeds de laatste orkestrale bladzijden waren die Brahms schreef.


 

 

 

 

 JohannesBrahms

Johannes Brahms

 

 

15:26 Gepost door Ronald in Brahms | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

Beste Ronald,

Ik wil je opmerkzaam maken op een aantal pertinente fouten op deze pagina:

1. Clara Schumann woonde in 1887 al lang niet meer in Baden-Baden; zij woonde toen in Frankfurt, aan de Myliusstrasse en was Hoofddocente Piano aan het Dr. Hoch Conservatorium in die stad.

2. De foto van Brahms met een dame op de achtergrond, stamt helemaal niet uit de periode waar je over schrijft. Het is een foto met de sopraan Marie Fillunger op de achtergrond, genomen in 1894 in Wenen.

3. De foto met Johann Strauss is niet genomen in Wenen, maar in Bad Ischl in 1894, waar Brahms zijn zomervakantie doorbracht en ook Johann Strauss een zomerhuis bezat.

Gepost door: Joop van Velzen | 08-02-12

Beste Joop,
Hartelijk dank voor de aandacht die je schonk aan mijn blog.
Ik beluisterde de Viertakt-uitzending waarin je geïnterviewd werd aangaande je bijzonder interessante publicatie over het duo Johannes Brahms en Clara Schumann (http://viertakt.radio4.nl/uitzending/5613/).
Je bent dus ongetwijfeld een specialst ter zake, en inderdaad zat ik er naast wanneer ik meldde dat Clara Schumann op het ogenblik dat Brahms zijn dubbelconcert had afgewerkt in Baden-Baden woonde. Ik heb deze vergissing dan ook prompt uit mijn tekst geschrapt! Heel veel dank voor deze opmerking en ook voor de bijkomende informatie.
Wat de foto van de wandelende Brahms betreft begrijp ik je commentaar echter niet. Ik meen nergens daarvoor een tijdsaanduiding gegeven te hebben en vond dit een originele foto ter illustratie. Maar ook hier wil ik je oprecht bedanken voor de extra informatie.
De randtekst onder de foto van Brahms met Strauss jr. kan misschien wel tot enige verwarring leiden. Deze foto met begeleidende tekst komt uit het werk “Modern music and musicians” van Louis Charles Elson uit 1918. Maar iemand die de talrijke foto’s van Krziwanek kent (het volstaat zijn naam even in google-afbeeldingen op te zoeken) weet dat ze onderaan haast altijd de vermelding Krziwanek, Wien & Ischl dragen. Het hoofdatelier van deze hoffotograaf zal dus vermoedelijk wel in Wenen geweest zijn en vandaar waarschijnlijk de melding “made in Vienna”.
Vriendelijk groeten en nog heel veel succes met de verdere afwerking van je grote onderneming!
Ronald

Gepost door: Ronald | 10-02-12

Post een commentaar