23-02-08

Debussy: La Mer

Claude Debussy: "La Mer", drie symfonische schetsen voor orkest (1905).

Dit veruit meest gekende werk van Debussy, is een schitterende evocatie van de zee, zonder aan een expliciet programma gebonden te zijn. Hoewel de term impressionisme niet door iedereen even graag in de muziek gebruikt wordt, is het werk in ieder geval sterk door de impressionistische schilderkunst geïnspireerd. De eigenzinnige manier waarop Debussy afstand nam van de klassieke vormentaal en tegelijkertijd de klassieke harmonie opentrok naar nieuwe horizonten, betekenen een mijlpaal in de muziekgeschiedenis.

Debussy 20 francs'

Bankbiljet met portret van Claude Debussy.

Nieuwe paden

Toen Debussy aan het conservatorium studeerde had hij er een klasgenoot, Maurice Emmanuel, die later zoveel mogelijk herinneringen zorgvuldig heeft opgeschreven. Bekend is de anekdote waarin de 21-jarige componist plaats nam aan de piano en gedurende een goed uur improviseerde voor zijn medestudenten. "Aan de piano hoorden we een chromatisch gedonder dat de omnibussen nabootste die de faubourg Poissonière afreden, groepen opeenvolgende kwinten en octaven,

omnibus

19de eeuwse omnibus

septiemen die hij hoogst ongebruikelijk naar de bovenliggende toon liet opklimmen of helemaal niet liet oplossen, schaamteloze valse akkoordverbindingen, nonenakkoorden op alle mogelijke trappen van de toonladder... ...kleurrijke arpeggio's wisselden af met trillers op drie noten tegelijkertijd, gespeeld met twee handen... ...zijn verwarde haardos bewoog er wild op los terwijl hij speelde. Toen uiteindelijk Ternusse, de toezichthouder deze vreemde geluiden in de gangen hoorde, kwam er prompt een einde aan de vertoning. Debussy was een "gevaarlijke fanaticus"...
Voor zover we deze anekdote mogen geloven, toont ze duidelijk dat de componist zich van begin af aan te zeer beperkt voelde door de toenmalig aanvaardde compositietechnieken. Zijn ongebreidelde fantasie had nieuwe paden nodig. De traditionele harmonieleer met zijn voortgang op basis van spanning en ontspanning, werd door Debussy verrijkt door een schuivend spel van kleurschakeringen inherent aan de harmonie, onafhankelijk van de klankkleur van de instrumenten. Bovendien wilde hij alles zo spontaan mogelijk laten klinken, "alsof het allemaal niet genoteerd stond". Daardoor wilde hij zich ook niet laten binden door de traditionele sonatevorm met zijn voorgeschreven schema's.

Debussy en de schilderkunst

Monet Impression Soleil levant' 1872

Claude Monet: Impression soleil levant

Dat Claude Debussy heel visueel dacht bij een aantal van zijn composities is niet alleen duidelijk in La Mer maar onder andere ook in zijn pianowerk Images. Titels als "Reflets dans l'eau", "Poissons d'Or", "Et la lune descend sur le temple qui fut" spreken voor zich. Enkele maanden na de eerste uitvoering van La  Mer schrijft hij: "Ten opzichte van de schilderkunst heeft de muziek als voordeel dat ze allerlei variaties van kleuren en lichtschakeringen in zich kan verenigen..." Volgens biograaf Edward Lockspeiser verwijst Debussy hiermee naar Monet die van éénzelfde onderwerp (bijvoorbeeld de kathedraal van Rouen) verschillende schilderijen maakte onder een andere lichtinval. Doordat muziek zich in de tijd afspeelt is er een evolutie van kleuren mogelijk binnen één werk. Da associatie van muziek en kleur was overigens in die periode heel populair. Denken we alleen maar al aan de experimenten met het kleurenklavier van Scriabin. In 1902 schrijft Camille Mauclair een artikel met als titel: "La Peinture musicienne et la Fusion des arts". Hij noteert: "De bekoorlijke landschappen van Monet zijn niets anders dan symfonieën van lichtgolven en de muziek van Mr. Debussy is erg vergelijkbaar met deze schilderijen. Ze is niet gebaseerd op een aaneenschakeling van motieven maar op de krachtverhoudingen tussen de klanken onderling; ze is een impressionisme  van klankkleuren."

 

Turner Sea View

William Turner: zeezicht

Toen er in 1886 een tentoonstelling te Parijs doorging van de impressionisten, was Debussy er erg graag bij geweest om de schilderijen van Manet te kunnen bewonderen. Maar hij was op dat ogenblik in Rome. Turner die doorgaans als eerste impressionist wordt gezien noemde hij "de mooiste schepper van het mysterieuze in de kunst". In 1887 sprak men in het Journal officiel reeds van het "impressionisme vague" van "Printemps" van Debussy. Toch kon hij het zelf absoluut niet eens zijn met die term. Betreffende zijn "Images" voor orkest schrijft hij in 1908: "Ik tracht een soort realiteit weer te geven, wat de imbecielen met het woord impressionisme bestempelen"...

The_Great_Wave_of_Kanagawa'_by_Katsushika_Hokusai

Katsushika Hokusai: De grote golf van Kanagawa

Een andere belangrijke inspiratiebron voor Debussy was te vinden bij de Japanse kunstenaars Hokusai en Hiroshige. Voor de titelpagina van zijn partituur koos Debussy een prent gebaseerd op het werk van Hokusai waarin een golf sterk gestileerd weergegeven wordt. Net zoals bij deze kunstenaar een natuurlijk gegeven (in dit geval een golf) inspiratie kon bieden voor een gestileerd lijnen- en kleurenspel, gebruikte Debussy verschillende aspecten van de zee als inspiratiebron voor een nieuwe wereld van klanken, een compositie die een onafhankelijk bestaan ging leiden.

La Mer

Deze drie symfonische schetsen, zoals Debussy ze noemt, worden dikwijls gezien als een symfonie, vanwege de grootse opbouw van het eerste deel, het scherzo-karakter van het tweede en de verwantschap met de rondovorm van de derde beweging.
I De l'aube à midi sur la mer
Hoewel Debussy zich helemaal niet heeft laten binden door structuren op basis van terugkerende of zich ontwikkelende motieven is deze beweging een krachttoer qua opbouw. Het mysterie en de evolutie van zonsopgang tot de felle kleurenrijkdom onder de hoge middagzon worden vertaald door een geleidelijke opbouw qua dynamiek en orkestratie. De overweldigende eindclimax wint aan kracht door de subtiele wijze waarop Debussy het geheel laat evolueren. De (zeker voor die tijd) ritmisch extreem complexe partituur garandeert de indruk van spontaneïteit. Zinnen en motieven borrelen ongedwongen op en ontrollen zich op eigen tempo net als de onvoorspelbaarheid van de elementen uit de natuur zelf.
II Jeux de vagues
De glinsteringen in het water, de golven, de rondvliegende druppels worden hier op erg sensitieve manier geëvoceerd. Musicoloog Harry Halbreich noemde dit het meest complexe, meest subtiele en meest vernieuwende van de drie delen.
III Dialogue du vent et de la mer
Dit is ongetwijfeld de meest spectaculaire beweging die met een ontzaglijke fantasie de dreigende kracht van wind en water oproept. Het chromatisch klagende thema dat regelmatig terugkomt roept herinneringen op aan Cesar Franck.

Debussy en Chouchou

Debussy met zijn dochtertje Chouchou

00:00 Gepost door Ronald in Debussy | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.