04-05-08

Gesualdo : Moro, lasso, al mio duolo

Carlo Gesualdo: madrigaal "Moro, lasso, al mio duolo" uit: Il sesto libro di madrigali (1613)

gesualdo

Carlo Gesualdo

Beroemd als componist en als moordenaar

Gesualdo werd waarschijnlijk geboren op 8 maart 1566 te Venosa. Zijn ouders waren Fabrizio II Gesualdo en Girolama Borromeo, feodale landeigenaars die verscheidene paleizen bezaten. Zijn oom langs vaders kant was kardinaal terwijl de broer van zijn moeder Carolus Borromeus was, die later heilig werd verklaard.

Carlo_Borromeo

Carolus Borromeus
 

Gesualdos moeder, Girolama Borromeo, was het nichtje van paus Pius IV. De volledige titel van de componist luidde Carlo Gesualdo, prins van Venosa en hertog van Conza. Doordat zijn oudere broer Luigi normaal gezien voorzien was om zijn vader op te volgen, maakten de ouders er niet direct een probleem van dat Carlo zich van kleins af aan graag en intensief met muziek bezig hield. Carlo oefende zich reeds vroeg in het zingen, en het bespelen van luit en clavecimbel.

Toen Luigi echter in 1584 overleed viel de taak op hem om zo spoedig mogelijk de voortzetting van de familie van de Gesualdos te verzekeren. Zijn vader achtte een huwelijk tussen Carlo en diens nicht Donna Maria d'Avalos de beste keuze. De plechtigheid had plaats in 1586. Maria d'Avalos, dochter van de markies van Pescara was al twee keer weduwe en had twee kinderen. Met Carlo verwekte ze haar derde kind Emmanuele die maar 19 jaar zou worden door een ongeval met zijn paard. Maar blijkbaar had Gesualdo verder niet veel interesse in zijn vrouw.

gesualdo wapenschild

Kort nadien begon Donna Maria een relatie met Don Fabrizio Carafa, hertog van Andria en vader van vier kinderen. De relatie duurde twee jaar en geruchten begonnen de ronde te doen. Een oom van Carlo, Don Giulio zou hem hierover hebben ingelicht. Op 16 oktober 1590 verliet Gesualdo zijn paleis San Severo te Napels zo gezegd om te gaan jagen. Toen hij wat later terugkwam trof hij de minaars in bed en vermoordde hen op brutale wijze. De lelijk toegetakelde lichamen legde hij voor zijn paleis zodat iedereen ze kon zien. De getuigenverklaringen destijds afgelegd voor de rechters zijn bewaard gebleven. Hieruit blijkt dat Gesualdo voor de moorden geholpen werd door zijn dienaars. Zelf zou hij zijn echtgenote meerdere keren getrapt hebben terwijl hij uitriep: "Ze is nog steeds niet dood!" Haar minaar vertoonde verscheidene diepe steekwonden en een schot in zijn hoofd. Ze hadden hem het nachtkleed van Donna Maria aangetrokken.

Gesualdo kasteel

Het paleis te Gesualdo 

Gezien zijn hoge titel is Gesualdo nooit voor deze moorden veroordeeld geworden, maar ze hadden zijn emotionele en geestelijke leven diep getekend. Uit schrik voor een wraakactie trok hij zich terug in zijn paleis in Gesualdo en liet zich door gewapende lijfwachten bewaken. Sommige bronnen uit die periode vertellen dat Gesualdo ook een tweede zoon van Maria, waarvan hij vermoedde dat het niet zijn kind was, zou vermoord hebben. Ook zou hij zijn schoonvader die wraak wilde nemen omgebracht hebben. Hieromtrent bestaat nochtans geen enkel officiëel bewijsstuk. De dubbele moord zorgde in die tijd voor heel wat opschudding. Poëten als Tasso en verscheiden Napoletaanse dichters maakten er verzen over. Ook werden er sensatierijke verslagen gedrukt.

In 1594 trok Gesualdo naar Ferrare waar hij in februari huwde met Eleonore d'Este, dochter van hertog Alfonso II. Ferrara was één van de belangrijkste muziekcentra in Italië waar onder andere Luzzasco Luzzaschi woonde. Deze componist was één van de beroemdste beoefenaars van het genre van het madrigaal. Het is in deze stad dat Gesualdo zijn eerste boek met madrigalen uitgaf. Uit een brief van 25 juni 1594 blijkt ook dat Gesualdo muziek schreef voor het beroemde virtuoze damestrio "concerto delle donne".

In 1595 keerde de componist met zijn nieuwe echtgenote terug naar zijn paleis in Gesualdo waarin hij zich meer en meer ging opsluiten. Zijn enorme vermogen liet hem toe een aantal hoogst bekwame musici in dienst te nemen die zijn muziek moesten uitvoeren. Niet voor een publiek maar enkel voor zichzelf.

Er werd verteld dat hij bruut geweld gebruikte tegenover zijn tweede echtgenote en dat zij hem het liefst verliet. De d'Este familie had getracht een scheiding te regelen. Zij trachtte zo weinig mogelijk tijd in het Gesualdopaleis te moeten doorbrengen en verbleef dikwijls bij haar broer in Modena waarnaar Gesualdo meerdere boze brieven zond. Hij had zelf verscheidene relaties met zowel mannen als vrouwen en zou uitgesproken sadistische en masochistische tendenzen gekend hebben. Gesualdo overleed in 1613. Kort daarop overleed Alfonso, de zoon uit zijn tweede huwelijk en met hem stopte dan ook die lijn van de Gesualdos. Eleonora hertrouwde met prins Ludoviso van Bologna. Zij overleed op 76-jarige leeftijd.

Madrigaal: Moro, lasso, al mio duolo

Moro, lasso, al mio duolo

E chi mi puo dar vita,

Ahi, che m'ancide e non vuol darmi aita!

O dolorosa sorte,

Chi dar vita mi puo, ahi, mi da morte!

 

Ik sterf, helaas, door mijn leed

En diegene die me leven kan geven,

doodt me, helaas, en wil me niet helpen!

O ongelukkig noodlot,

Diegene die me leven kan geven, helaas, geeft me de dood.

 

Het madrigaal begint in de lage registers met trage akkoorden op de tektst Moro, lasso waarbij zowel de tweede sopraanstem als de baspartij chromatisch afdalen. De woorden al mio duolo bepalen het ritme van het madrigaal en met enkele grote opwaartse sprongen wordt de levendigheid voorbereid van de volgende zin. Op E chi mi puo dar vita, waar nu pas de eerste sopraanpartij haar intrede doet, is er geen spoor van chromatiek meer te vinden en imiteren de verschillende stemmen elkaars snelle noten. Het spel met de halve tonen herneemt echter meteen in de derde zin. Eerst met chromatisch stijgende noten op Ahi, che m'ancide, daarna met dalende tertsen op e non vuol darmi aita dat nog eens herhaald wordt. De eerste drie zinnen worden niet letterlijk herhaald maar wel hernomen en op gelijkaardige wijze behandeld. Dan volgt een soort sleutelzin die de overbrugging maakt naar het laatste gedeelte dat ook hernomen wordt maar deze keer letterlijk. De overgangszin O dolorosa sorte wordt twee keer gezongen waarbij deze uitroep de tweede keer op hogere tonen als in de vergrotende trap weerklinkt. De laatste zin wordt op dezelfde manier behandeld als de eerste twee zinnen. Ook hier wordt de levendigheid van Chi dar vita mi puo door snelle noten weergegeven en ontbreekt alle chromatiek, die dan weer rijkelijk terugkomt in combinatie met een spel van dissonanten op de veel herhaalde woorden ahi, mi da morte.

11:17 Gepost door Ronald in Gesualdo | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.