28-03-08

Beethoven : Sym 3 Eroïca

Ludwig van Beethoven: symfonie nr. 3 in Es-groot, opus 55 "Eroïca" (1804)

Met deze symfonie wilde Beethoven bewust breken met de stijl waarin hij tot dan toe had gecomponeerd. De vernieuwingen die hij aanbracht waren ronduit revolutionair. Beethoven begon aan deze symfonie tijdens een kuur in Heiligenstadt, waar hij alle hoop op genezing van zijn toenemende doofheid opgegeven had en zich in een diepe crisis bevond.

Heiligenstadt

Heiligenstadt'

De kerk van Heiligenstadt in de tijd van Beethoven 

Vanaf het jaar 1797 begon Beethoven de eerste symptomen waar te nemen van een ernstige stoornis in zijn gehoor. Als componist die voor zijn broodwinning volledig van muziek afhing wilde hij dit probleem zo veel mogelijk voor zichzelf houden en begon zich meer en meer af te sluiten van sociale contacten. In juni 1801 schrijft hij aan zijn vriend Franz Wegeler: "...Alleen mijn oren, die bruisen en suizen de ganse dag en nacht. Dit vergalt werkelijk mijn leven en al bijna twee jaar lang mijd ik elk gezelschap omdat ik niet tegen de mensen durf zeggen dat ik doof ben. Als ik een ander beroep had zou dat nog gaan, maar bij het mijne is dat vreselijk. En hoe zouden al mij vijanden (die niet gering in aantal zijn) dan niet reageren? Om je een idee te geven van deze vreemde doofheid, moet je weten dat ik in het theater zelfs heel dicht bij het orkest moet zitten om de zangers te verstaan. Hoge tonen van instrumenten of zangstemmen kan ik op enige afstand niet horen. Het verwondert me dat er mensen zijn die nog niets aan me gemerkt hebben. Omdat ik af en toe verstrooid ben, zullen ze het daar wel aan wijten. Iemand die zacht spreekt versta ik nauwelijks ... Hoe zal dit in hemelsnaam aflopen?..."

Beethovenhuis in Heiligenstadt (Wenen)

Het huis waarin Beethoven zijn testament opmaakte te Heiligenstadt.

Op het einde van hetzelfde jaar schreef Beethoven een hoopvollere brief aan Wegeler. Het leven was terug draaglijker voor hem en hij kwam weer wat meer onder de mensen. Hij was verliefd. In de lente van 1802 was het echter al uit met Giulietta Guicciardi. De zomermaanden bracht hij terug door in Heiligenstadt op aanraden van zijn arts die hem hoop op genezing gaf. Toch werd al snel duidelijk dat het er alleen maar slechter op werd. En de componist verloor alle hoop. Het ziet er dan ook naar uit dat hij zich in die periode met diepgaande vragen over zijn bestaan heeft beziggehouden want op 6 october stelde hij een testament op. Uit de tekst blijkt dat hij aan zelfmoord gedacht had maar zich hierover heen had gezet en resoluut voor zijn werk had gekozen. De brief was ongetwijfeld bedoeld als testament maar tevens was het ook een manier om waardig afscheid trachten te nemen en zich te verontschuldigen voor zijn norse gedrag. De crisis waarin hij verkeerde had hem ook als componist duidelijk getekend. Vanaf die datum schreef hij een ander soort muziek. Deze tweede periode die men in zijn oeuvre onderscheidt wordt meestal de heroïsche periode genoemd. Drie grote werken staan hierin centraal: de derde symfonie, het oratorium "Christus op de olijfberg" en zijn opera Leonore.

Bonaparte

De "Heroïsche" was niet de naam die Beethoven oorspronkelijk aan zijn symfonie wilde geven. Beethoven voelde zich een idealist en hechtte zo o.a. veel belang aan de vrijheidsgedachte van de Franse Revolutie. Voor hem was Napoleon de man die het gedachtengoed van de revolutie in concrete daden ging omzetten. Groot was dan ook zijn desillusie toen Napoleon zichzelf tot keizer uitriep. Zijn leerling Ferdinand Ries schreef: "Als thema van deze symfonie had Beethoven Bonaparte gekozen in de tijd dat deze nog eerste consul was. Tot dan had Beethoven hem als een buitengewoon iemand beschouwd en zag in hem de gelijke van de Romeinse Consuls. Ikzelf en zijn intiemste vrienden hadden de handgeschreven partituur op tafel zien liggen. Helemaal bovenaan de titelpagina was de naam van Buonaparte geschreven. Ik was de eerste die Beethoven het nieuws kwam brengen dat Bonaparte zich tot keizer had uitgeroepen. Daarop werd hij razend en riep uit: 'Hij is dus maar een man zoals alle andere. Nu gaat hij alle mensenrechten met de voeten treden, hij zal alleen nog maar naar zijn eigen ambities luisteren, hij zal zich boven de rest willen verheffen en zich als een tiran gaan gedragen.' Hij ging naar zijn tafel, nam de titelpagina op, scheurde ze middendoor en wierp ze op de grond. De titelpagina werd herschreven en de symfonie kreeg toen als titel Sinfonia Eroica".

 

Jacques-Louis_David_-_Consecration_of_the_Emperor_Napoleon_I_and_Coronation_of_the_Empress_Josephine)

J.L. David: Napoleon kroont zichzelf tot keizer.

"Eroïca" Symfonie

Allegro con brio

Het deel begint met twee consonante staccato-akkoorden die meteen het zelfzekere karakter van het werk duidelijk maken. Herhaalde staccato-akkoorden duiken later in het werk opnieuw op maar dan wel in een sterk dissonante vorm en in heftig bewogen passages. Direct na deze openingsakkoorden brengen de celli het zangerige hoofdthema dat vanwege de 3/4 maat een dansend karakter meekrijgt. Hoewel dit thema aanvankelijk heel ontspannen klinkt wordt het verderop uitgesproken strijdlustig. Door andere accenten te leggen en sforzandi te noteren maakt Beethoven zich al direct los van het 3/4 metrum nog voor het thema heldhaftig in fortissimo door heel het orkest gespeeld wordt. Dan verschijnt een dalend motief dat afwisselend door verschillende instrumenten van het orkest gebracht wordt, gevolgd door nog een ander verwant dalend motief in de violen, waarna het tweede, meer smachtende thema weerklinkt, eerst bij de houtblazers dan bij de strijkers. (Het dient opgemerkt dat sommige analysten het dalend motief als tweede thema zien en het smachtende thema als een overgangsthema beschouwen aangezien dit thema verder niet ontwikkeld wordt). Na het  tweede thema wordt er terug een crescendo opgebouwd die naar een kloek motief leidt dat ritmisch veel weg heeft van het eerste dalend motief. Strijkers en later heel het orkest stijgen nu modulerend op naar de passage van herhaalde dissonante akkoorden die in de tijd van Beethoven verschrikkelijk modern en gedurfd moeten geklonken hebben. Hier stopt de expositie van de thema's en na de herhaling volgt een lange doorwerking van maar liefst 242 maten. Op het hoogtepunt van de doorwerking komen we terug bij herhaalde dissonante akkoorden die nu in plaats van staccato, erg confronterend gedurende twee tellen aangehouden worden. Het publiek van die tijd moet zich hierbij erg ongemakkelijk gevoeld hebben. Om de muziek terug tot rust te laten komen voegde Beethoven een geheel nieuw thema in dat eerst door de hobo's voorgedragen wordt en daarna door de fluiten en de fagotten, waarna het eerste thema terug herhaald wordt. Op het einde van de doorwerking zorgde Beethoven opnieuw voor een verrassing. Vier maten voor de terugkeer in Es groot kondigt de hoorn de terugkeer  van het eerste thema in deze toonaard al aan. Ferdinand Ries was ook verrast door deze inzet. Hij schreef hierover: "De eerste repetitie van het orkest verliep slecht maar de hoornist zette wel op de juiste plaats in. Ik dacht dat hij verkeerd was ingevallen en zei tegen Beethoven: 'Die verdomde hoornist, kan die niet tellen? Dat klinkt verschrikkelijk slecht zo.' Ik verkeerde in het gevaar een flinke draai om mijn oren op te lopen. Het duurde een hele tijd voordat Beethoven me kon vergeven." De recapitulatie leidt ons naar een prachtige coda van 134 maten die met de staccatonoten in de violen weer een nieuw motief toevoegt. Geleidelijk aan wordt een geweldige climax opgebouwd die het heroïsche aspect van het werk geen onrecht aandoet!

Marcia funebre - adagio assai 

Als tweede deel koos Beethoven voor een treurmars, die ongetwijfeld het meest beroemde deel van heel de symfonie is geworden. Met zijn duur van ongeveer 16 minuten is het één van de langste delen die Beethoven ooit schreef. Het is een bijzonder sombere treurmars. De 19de eeuwse dirigent Hans von Bülow placht zwarte handschoenen aan te trekken telkens hij het deel dirigeerde. Het thema klinkt eerst in de diepe tonen van de violen. De korte aanloopjes in het lage register van de contrabassen verlenen het thema een extra lugubere tint. Wanneer de hobo het thema overneemt horen we in de strijkers een kort ritmisch motief dat sterk verwant is met het noodlotsthema uit de vijfde symfonie. Het tweede thema wordt eveneens ingezet door de strijkers en kent meer dynamische contrasten. De hobo's zetten het middendeel van deze mars in dat door de C grote tertstoonsoort alleen al iets minder zwaarmoedig klinkt. Ook de triolen in de strijkers geven het geheel een zachter gevoel. De muziek gaat echter in crescendo en wordt dramatischer om tenslotte terug te komen bij het hoofdthema van de treurmars dat terug in de diepe tonen van de violen weerklinkt. Plots zetten de tweede violen een fuga in op een niet minder treurig klinkend motief dat forte wordt gespeeld. Hier klinkt het alsof alle instrumenten deelnemen aan een pijnlijke treurzang die tenslotte machteloos eindigt met het donkere thema.

Scherzo - Allegro vivace

Wat een contrast tussen het vorige deel en dit vrolijke dartele scherzo! In deze beweging zitten ook grote dynamische verschillen. Het begint met pianissimo en staccato in de strijkers en bloeit open tot een fortissimo in heel het orkest. Het middendeel is een ontspannen, pastoraal klinkend trio.

Allegro molto

Een snelle fortissimo inzet leidt na enkele maten al naar een orgelpunt. De strijkers beginnen een rustig pizzicato thema dat door de blazers op grappige manier in tegenbeweging overgenomen wordt. Dit thema geeft aanleiding tot een serie variaties waaronder twee in fugavorm. Deze variaties eindigen in een Poco andante dat één grote spanningsopbouw is naar het triomferende Presto waarmee de symfonie afsluit.

Beethoven'

Ludwig van Beethoven door Josef Karl Stieler

 

09:55 Gepost door Ronald in Beethoven | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |