06-04-08

Brahms : Strijksextet 2

Johannes Brahms : Strijksextet nr. 2 in G-groot, opus 36 (1864).

Geschreven op 31-jarige leeftijd was dit werk voor Brahms een manier om afstand te nemen van een onmogelijke liefdesrelatie die reeds vijf jaar eerder gestrand was. In het eerste deel schuilt de naam van zijn geliefde achter het thema op de noten A-G-A-(T)H-E.

 

Agathe von Siebold

agathe

Agathe von Siebold

In 1858 was Brahms op uitnodiging van Joseph Joachim naar de universiteitsstad Göttingen gekomen. Hij logeerde er bij Julius Otto Grimm. Deze vijf jaar oudere koordirigent en componist had hij in 1853 leren kennen te Leipzig. Deze behoorde tot zijn vaste kern vrienden waaronder ook Joseph Joachim en Clara Schumann. Brahms correspondeerde vaak met Grimm zodat ze elkaars persoonlijk leven dan ook door en door kenden. Hij wist hoe zijn vriend als jonge man bij de Schumanns opgenomen was geworden, hoe hij voor de mentaal afgetakelde componist gedurende de laatste maanden van diens leven had gezorgd, en ook hoe er tussen Johannes en de veertien jaar oudere Clara een liefde was gegroeid. De weduwe van Robert Schumann verkoos echter geen nieuwe relatie te beginnen, maar bleef toch met Brahms een intens contact onderhouden tot aan haar dood. Tijdens zijn verblijf bij Grimm te Göttingen, maakte Brahms kennis met Agathe von Siebold, de dochter van een professor en vriendin van Philippine de echtgenote van Grimm. De Grimms hadden alles gedaan om een verbintenis tussen beiden zoveel mogelijk in de hand te werken. Agathe en Johannes maakten samen veel wandelingen, deelden hun interesse in literatuur en muziek en de 25-jarige componist werd verliefd. Over de wandelingen zei Brahms: "Ik verkeerde in extase en dacht alleen maar aan muziek. Als de zaken zo voortgaan dan zal ik waarschijnlijk oplossen en opgaan in ijle lucht zoals een muziekakkoord." Agathe was een heel begaafde zangeres. De violist Joseph Joachim vergeleek haar stem met een Amati-viool. Brahms schreef drie liedbundels voor zijn geliefde.

 JuliusOttoGrimm-Sculpture

Standbeeld van Julius Otto Grimm in Münster

Toen voor iedereen duidelijk was dat het goed klikte tussen beiden, begon Grimm er op aan te dringen dat Brahms zich officiëel verloofde. En hier haakte hij af. Hij wilde zich niet in een huwelijk engageren en zond Agathe de volgende woorden: "Ik hou van je. Ik moet je weerzien. Maar ik kan me niet aan banden laten leggen. Schrijf me als ik mag terugkomen om je in mijn armen te nemen, je te omhelzen, je te zeggen dat ik van je hou." Agathe was beledigd. Ze wilde niet gezien worden als een blok aan het been van Johannes en verbrak het contact. Jaren later schreef Brahms: "Toen ik indertijd graag zou gehuwd geweest zijn, werd mijn muziek in de zalen uitgefloten, of koel ontvangen. Persoonlijk kon ik er mee omgaan, want ik kende de waarde van mijn muziek en wist dat vroeg of laat het tij zou keren in mijn voordeel. Maar als ik geconfronteerd zou geweest zijn met de bezorgde en vragende ogen van een vrouw op zulke ogenblikken met de uitdrukking van  'weer een andere flop' dan zou ik dat niet kunnen verdragen hebben." Brahms stond erg op zijn zelfstandigheid en is dan ook nooit in het huwelijk getreden. Toen zijn vriend Joachim ooit met het motto "Frei aber Einsam" afkwam repliceerde Brahms met het motto "Frei aber Froh". Hoewel deze uitspraak misschien wel wat te optimistich klonk kon Brahms zich blijkbaar goed schikken in zijn vrijgezellenleven. Hij maakte er ook geen geheim van dat hij op goede voet stond met de hoertjes van Wenen. Toch waren zijn gevoelens voor Agathe diep geworteld. Ook voor haar had deze liefde veel betekend. Later schreef ze over zichzelf in de derde persoon: "De herinnering aan haar grote liefde voor deze jongeman, aan deze voorbije dagen vol charme en poezie, is nooit verloren gegaan... Zijn onsterfelijke composities zijn altijd een bron van levensvreugde voor haar gebleven... En aangezien hij net als alle andere genieën even goed tot de mensheid behoorde, begon zij geleidelijk aan te verstaan dat hij het recht had banden te verbreken die hem dreigden te verlammen; begon zij in te zien dat zij, ondanks de kracht van haar liefde, geen relatie met hem kon aangaan."

 

Baden-Baden, 1864 

800px-Baden-Baden_Schloss_1900'
Baden-Baden rond 1900

Enkele jaren later koesterde Brahms nog steeds diepe gevoelens voor haar. En hij had het nodig op één of andere manier symbolisch een punt achter deze mislukte relatie te zetten. Hij zou dit realiseren met het tweede strijksextet waarin hij de naam van zijn geliefde in het eerste deel verwerkte op de noten A-G-A-H-E. Van deze compositie had hij tegen Gänsbacher gezegd: "Hiermee schrijf ik mijn laatste liefdesgevoelens van me af". Hij was er aan begonnen in de zomer van 1864.
Nadat hij gedurende ongeveer twee jaar in Wenen gewerkt had als leider van de Wiener Singakademie had hij er zijn ontslag aangevraagd. Hij keerde terug naar Hamburg waar hij zijn ouders weerzag die ondertussen gescheiden waren. Ook nam hij contact op met Julius Otto Grimm om te informeren achter de stand van zaken in Göttingen. Uit zijn schrijven blijkt dat hij nog niet zo best wist wat hij verder ging doen in zijn leven. Misschien had hij wel heimwee naar de universiteitsstad waar hij Agathe had leren kennen. Grimm antwoordde: "Alles is hier zo veranderd in dit huis. De oude professor is drie jaar geleden overleden. Agathe is sinds vorig jaar naar Ierland getrokken als gouvernante. Ze was de laatste tijd niet erg gelukkig in Göttingen en wilde zelfstandig zijn... Ze heeft het niet gemakkelijk gehad. Voor de rest heeft ze haar sterke karakter en haar humor weten te behouden, maar wat een triestig lot is dat van een alleenstaande vrouw!" Even later ontmoette Brahms Joseph Joachim aan wie hij de eerste schetsen van zijn sextet toonde. Het werd verder afgewerkt tijdens zijn verblijf te Baden-Baden waar Clara Schumann woonde. Brahms hield van de omringende natuur.

436px-Johannes_Brahms_1853

Brahms in 1853
 

Strijksextet nr. 2

Allegro non troppo
Het werk begint met een liefelijk, zacht deel, lyrisch en pastoraal van karakter. Het eerste thema met grote intervallen lijkt zich haast zwevend voort te bewegen op een ronddraaiende accentloze beweging in de begeleiding. Na een climax, gevolgd door een overgangspassage in dalende lijn, weerklinkt het prachtige zoete, melodieuze tweede thema in de cellopartij gevolgd door het A-G-A-(T)H-E motief van 5 noten dat verschillende keren herhaald wordt, alsof Brahms de naam van zijn geliefde van de daken wilde schreeuwen. De doorwerking is eerder kort gehouden in vergelijking met de langere expositie van de thema's. De recapitulatie krijgt een extra feërieke tint door de vele pizzicatotoevoegingen in de begeleiding. Het deel eindigt met een ietwat mijmerende coda "un poco sostenuto" om er dan met enkele, besliste forte akkoorden een punt achter te zetten.

Scherzo, allegro non troppo, presto giucoso
Het scherzo heeft iets uitermate broos, ingehouden, en veronderstelt een bijzonder delikate interactie tussen de verschillende instrumenten. De uitgelaten middensectie staat hiermee in fel contrast.

Poco Adagio
Deze expressieve trage beweging is opgebouwd als een thema met vijf variaties.

Poco Allegro
In dit energieke deel heeft het eerste zangerige thema iets van het karakter van volksmuziek. Het is een bijzonder levendige en virtuoze beweging.
 
 

 

 

 

 

03:27 Gepost door Ronald in Brahms | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-01-08

Johannes Brahms: Dubbelconcerto

 

 

Johannes Brahms: Dubbelconcerto in a-klein voor viool, cello en orkest, opus 102 (1887). 

 

Met het dubbelconcerto voor viool en cello schreef Brahms zijn allerlaatste orkestraal werk. Het werd geschreven in 1887, twee jaar na zijn laatste symfonie en zes jaar na zijn laatste soloconcerto. Het werd opgedragen aan de beroemde violist Joseph Joachim en de cellist Robert Hausmann. 

Joseph Joachim

 

 

402px-JJM
 Joseph Joachim

 

 

 


Het vioolconcerto, geschreven in 1878, had Brahms ook reeds opgedragen aan Joachim die één van zijn trouwste vrienden was. Joachim had hem daarbij geholpen met
raadgevingen betreffende viooltechnische problemen. Ook eerder al had Brahms voor andere composities veel beroep gedaan op de mening van Joachim die zelf een begaafd componist was. Het is ook dankzij hem dat Brahms in contact was gekomen met Robert en Clara Schumann, een ontmoeting die één van de grootste mijlpalen in zijn leven zou betekenen. Brahms en Joachim gaven samen talrijke concerten. Ook op de gelegenheden dat de violist met anderen optrad bleek deze steeds een fervent verdediger te zijn van het werk van Johannes Brahms. Hoewel beiden erg goed met mekaar konden opschieten, waren er bepaalde aspecten in het karakter van Joachim die Brahms niet goed lagen. Als musici hadden ze duidelijk heel groot respect voor mekaar, maar op persoonlijk vlak klikte het niet altijd zo best.
 


343px-JJandAmalie

Joseph en Amalie Joachim

 

Toen Joachim in 1880 van zijn vrouw wilde scheiden, omdat hij haar ervan betichtte een relatie te hebben met de uitgever Fritz Simrock, koos Brahms prompt partij voor Amalie Joachim. Hij had Joachim al eerder mondeling zijn mening te kennen gegeven maar wanneer bleek dat deze het meende met de scheiding schreef Brahms een brief aan Amalie waarin hij begrip voor haar toont en Joachim beschuldigt van blinde jaloezie. Deze brief werd door Joachims’ echtgenote tijdens het proces gebruikt om zich te verdedigen. De vriendschap tussen beide musici had hiermee een flinke kortsluiting opgelopen. Maar ondanks het feit dat Joachim erg geschokt was over de inmenging van Brahms bleef hij het werk van de componist vertolken en verdedigen. Vanaf 1886 begon Brahms op verschillende manieren pogingen te ondernemen om zijn oude vriend terug te kunnen benaderen. Onder andere door met Robert Hausmann, de cellist van het strijkkwartet van Joachim, zijn tweede cellosonate voor de eerste maal uit te voeren. Dit haalde echter niets uit. Begin 1887 begon bij Brahms de gedachte te groeien dat een dubbelconcerto voor viool en cello, opgedragen aan Joachim en Hausmann wel eens het ijs zou kunnen doorbreken. Het werk werd geschreven tijdens de zomer die de componist doorbracht in het Zwitserse Hofstetten nabij Thun. Brahms nam samen met Joachim en Hausmann voor de eerste maal het materiaal door bij Clara Schumann. In haar dagboek noteerde de gastvrouw hoe blij ze was dat

 

 img-106


Brahms en Joachim na al die jaren terug met elkaar spraken. De première van het werk vond plaats in Keulen op 18 oktober 1887. Er volgden nog meerdere uitvoeringen onder leiding van Brahms, samen met Joachim en Hausmann.
 

 

Hofstetten bij Thun

 

 

thun_view

 Thun

 

 

In de ontstaansperiode van het dubbelconcerto stond Brahms aan het hoogtepunt van zijn carrière. Hij was in Europa een gekend componist die zowel grote aanhangers als tegenstanders kende. Sinds 1868 woonde en werkte hij in Wenen maar tijdens de zomer verliet hij altijd graag de stad om zich terug te trekken in de natuur. Zo verbleef hij in de zomers van 1886 tot 1888 in Hofstetten aan het Thunermeer in Zwitserland. Hier schreef

 1_lg


hij een twaalftal prachtige werken. De omringende natuur deed hem goed. Brahms ging er veel wandelen, niet alleen omdat z’n arts het hem aanraadde vanwege z’n buikje maar ook omdat hij er veel plezier aan beleefde. Uit zijn briefwisseling blijkt duidelijk hoe goed hij zich daar voelde. Brahms die niet erg goed overweg kon met de mondaine omgangsvormen waarmee hij in Wenen al genoeg geconfronteerd werd, voelde zich het best op zijn gemak als hij ’s morgens rustig in de tuin van zijn hotel onder een boom kon componeren, ’s namiddags de natuur kon intrekken en s’avonds een stevige pot bier in één van de talrijke Bierstube kon gaan drinken. Hij deed ook altijd graag een babbeltje met een paar leden van het casino-orkest van Thun.

 

brahms3
Johannes Brahms 

In Bern dat zich op ongeveer 30 km bevindt van Thun, woonde bovendien een goede vriend van hem: Joseph Victor Widmann, schrijver en journalist. Hij ging er haast elk weekend naar toe. Widmann die z’n herinneringen aan Brahms gelukkig neergepend heeft, vertelt heel wat details over hem. Zo schrijft hij dat

 

 

widmann0101

 Joseph Victor Widmann

de componist enkel tijdens de wintermaanden aandacht aan z’n kledij placht te schenken maar er tijdens de zomermaanden graag zo nonchalant mogelijk bijliep. Wanneer hij tot Bern kwam vond hij het overbodig een stijve kraag en een das aan te doen, iets wat in die dagen niet al te gewoon was. En als het regende kwam hij er door met een plaid over z’n schouders vastgemaakt met een enorme veiligheidsspeld. Voor Widmann en z’n genodigden speelde Brahms graag wat op de piano. Zijn voorkeur ging daarbij vooral uit naar Bach, Schubert en Schumann. Maar typisch voor Brahms is dat deze muziekavonden haast altijd moesten eindigen met walsen van Strauss, wat de aanwezigen steeds tot dansen aanzette.

 

 

356px-Johann_Strauss_and_Brahms_in_Vienna

 

Dubbelconcerto

 

 

 


Op één of andere manier komt het dubbelconcerto over als een perfecte weerspiegeling van de beschrijving die Widmann naliet van de persoonlijkheid van Brahms in die periode. Vooral de behoefte van de componist om op erg vrije manier te componeren en zich niet al te veel aan de toen gebruikelijke vormentaal gelegen te laten liggen. Drie aspecten vallen meteen op. Ten eerste de voor de romantiek erg ongebruikelijke keuze voor het genre van een dubbelconcerto, ten tweede de bijzonder persoonlijke en ongewone manier waarop het werk is opgebouwd en tenslotte het uitgesproken dansend karakter van het laatste deel.

Dubbelconcerti waren een veel beoefend genre in de barokperiode en kenden hun opvolging in de symphonia concertante in de klassieke periode. Maar in de romantiek is deze formule erg ongebruikelijk, zodanig zelfs dat Eduard Hanslick, de criticus die Brahms altijd zo fel verdedigde, het er moeilijk mee had. Een concerto diende volgens de normen van die tijd één solist volledig in het daglicht te plaatsen en deze de kans te geven z’n virtuositeit optimaal te kunnen tonen. Het show-element dat daarmee ontegensprekelijk verbonden was, sprak Brahms absoluut niet aan. Voor hem ging het om het samenspel, de dialoog tussen solist en orkest die samen aan één geheel werkten zonder aan enige vorm van hiërarchie te denken. Dit was al duidelijk in zijn eerste pianoconcerto van 1858 dat overigens erg koel bij het publiek is onthaald geworden. Waar dit eerste pianoconcerto zo ongeveer het midden houdt tussen een concerto en een symfonie met piano, doet het dubbelconcerto steeds denken aan een vorm van kamermuziek. De keuze van een dubbelconcerto zou volgens sommige auteurs ook kunnen geïnterpreteerd worden als het symbool dat Brahms zocht voor zijn hereniging met Joachim. Het eerste deel zet in op een kordate, ietwat norse manier met de beginnoten van het hoofdthema door het voltallige orkest. Na slechts vier maten gaat de cello alleen door, om een lange cadens te ontwikkelen van 21 maten. Dan geeft de blazersectie gedurende 5 maten even het begin prijs van het tweede meer tedere thema, waarna de viool, direct gevolgd door de cello samen een cadens ontwikkelen van 26 maten die dan leidt tot de vulkanische uitbarsting van het eerste thema in gans het orkest. Een woelig overgangsthema met gesyncopeerde noten leidt tot het tweede lieflijkere thema. De thema’s worden verder ontwikkeld waarbij er een heel mooie interactie is tussen viool en cello en tussen de solisten en het orkest. Viool en cello klinken op sommige plaatsen als één groot snaarinstrument met een geweldig groot bereik. Andere passages waar de instrumenten volledig parallel lopen, worden door sommigen ook weer geïnterpreteerd als symbool voor de herstelde vriendschap tussen Joachim en Brahms.  Ook de rijke ritmiek van deze beweging is fascinerend. Het samenbrengen van triolen en duolen in het eerste thema en het spelen met accenten waardoor de melodie zich vrijmaakt van het metrum geven soms een geïmproviseerd gevoel. Het tweede deel is van een ontroerende schoonheid. De openheid van de toonaard (D groot, met passages in F groot) die de componist hiervoor koos geeft aan dit Andante een eerder lyrisch, pastoraal karakter. Hoewel de melancholische ondertoon, eigen aan Brahms, nooit ver zoek is, domineert hier toch een stemming van intens geluk. Na een openingsaanroep van de hoorns en de houtblazers spelen beide solisten unisono het brede zangerige hoofdthema, waar de houtblazers op inpikken. Het tweede thema is statischer en meer dromerig. De beweging eindigt op een broos diminuendo. Het laatste deel is een aanstekelijke dans, waarbij je moeilijk stil kan blijven zitten. Onvermijdelijk doet het denken aan Brahms die er aan hield van met Strausswalsen de avonden bij Widmann op een vrolijke, losse manier te beëindigen. Dit Vivace non troppo, dat ook weer niet door het orkest maar door beide solisten ingeleid wordt, is van een sprankelende levendigheid, die alleen maar doet betreuren dat dit reeds de laatste orkestrale bladzijden waren die Brahms schreef.


 

 

 

 

 JohannesBrahms

Johannes Brahms

 

 

15:26 Gepost door Ronald in Brahms | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |