08-03-08

Händel: Dixit Dominus

Georg Friedrich Händel: Dixit Dominus HWV 232 voor solisten, koor, strijkorkest en b.c.

Dixit Dominus componeerde Händel toen hij net 22 jaar oud was geworden en in Italië vertoefde. Voordien had hij als componist reeds naam gemaakt maar met deze psalm creëerde hij meteen één van zijn meesterwerken. Het is verrassend hoe snel Händel de Italiaanse stijl had geassimileerd.

Haendel
Händel op 48-jarige leeftijd door Balthasar Denner

Het wonderkind Händel

Händel der freyen Künste ergebener

Einde van het treurdicht dat Händel schreef bij het overlijden van zijn vader.
 

Toen zijn vader in februari 1697 overleed, publiceerde Händel die nog geen 12 jaar was geworden een treurgedicht dat hij ondertekende met "George Friederich Händel, der freyen Künste ergebener". Reeds toen was zijn keuze voor een leven als kunstenaar gemaakt. Het komische is dat zijn vader het er absoluut niet eens mee geweest zou zijn. Volgens Mainwaring, de eerste biograaf van de componist en tijdgenoot, had deze een hogere opleiding voorzien voor zijn zoon maar liet hem wel de mogelijkheid daarnaast muzieklessen te volgen. Volgens dezelfde auteur had Händel als kleine jongen eens een clavichord in huis gehaald en het stiekem op zolder geplaatst, alwaar hij 's nachts ging oefenen.

Clavichord, Italië rond 1600'.
Clavichord, Italië rond 1600

Toen Händel door zijn vader naar het gymnasium gestuurd werd, mocht hij tegelijkertijd muzieklessen gaan volgen bij Friedrich Zachow, organist in Halle. Deze had de gewoonte zijn leerlingen partituren te laten copiëren en hen zelf te leren componeren in verschillende stijlen. Het is best mogelijk dat Händel toen reeds min of meer vertrouwd geraakte met de Italiaanse schrijfstijl die zo uitgesproken herkenbaar is in de partituur van Dixit Dominus. Het feit dat Händel in 1698 een bundel samenstelde met de partituren die hij bij Zachow had gecopiëerd en zijn leven lang zorgvuldig had bijgehouden, toont aan hoe belangrijk deze opleiding in de ogen van de componist zelf moet geweest zijn. In die periode schreef Händel zijn eerste cantates. Naast compositieoefeningen kreeg Händel van Zachow ook les in orgel, clavecimbel en viool.

Handels geboortehuis in Halle1
Ouderlijk huis van Händel in Halle

De vader van Händel blijkt beroepsmatig veel contact gehad te hebben met de hogere adel. Hij was als chirurg gespecialiseerd in amputaties en het verzorgen van botbreuken en snijwonden en was in dienst geweest van hertog August. Mainwaring vertelt hoe Händel zich als kleine jongen reeds deed opmerken aan het hof van Weissenfels toen hij voor de hertog op het orgel speelde. Een gelijkaardig voorval had zich voorgedaan aan het hof van Frederik I van Brandenburg waar Händel meerdere keren in zijn jeugd zou geweest zijn en waar hij ook kennis maakte met de Italiaanse componisten Bononcini en Ariosti. Toen hij net 17 jaar was geworden kreeg Händel een deeltijdse job als organist aan de dom van Halle. Een jaar later trok hij naar Hamburg waar hij als tweede violist in het orkest van de opera speelde en zelf ook opera's begon te componeren. Het is in deze stad dat de jonge componist rond 1705 kennis maakte met Ferdinando de Medici, zoon van de groothertog van Toscane. Volgens Mainwaring zou dit de aanzet geweest zijn om een studiereis naar Italië te plannen die hij een jaar later ook uitvoerde. Händel vertoefde in Firenze, Rome en Venetië in de paleizen van de hoogste wereldlijke en geestelijk leiders uit die tijd en zijn werken werden uitgevoerd in kerken en opera's. Het is in Rome dat hij zijn Dixit Dominus afwerkte in april 1707. 

Dixit Dominus

I Dixit Dominus
Het werk begint met een korte instrumentale inleiding in typisch Italiaanse stijl, homoritmisch en met arpeggio's in de violen. Wat later doet het koor z'n intrede om dan afwisselend plaats te maken voor de solisten (sopraan, alt en tenor) die met hun virtuoze vocalises het stuk een bijzonder feestelijk aspect meegeven. Het is een overweldigende opening duidelijk bedoeld om veel indruk te maken. Het deel wordt door de strijkers afgerond op dezelfde manier als bij de opening.
II Virgam virtutis
De basso continuo partij zet in met een thema dat steeds koppig terugkomt, en de beweging een heel gedetermineerd karakter meegeeft. De grote tertstoonaard draagt hier zeker toe bij. Het is een aria voor alt en basso continuo zonder toevoeging van andere instrumenten.
III Tecum principium
Door het gebruik van de kleine tertstoonladder c, een ander metrum (3/4 i.p.v. 4/4) en de toevoeging van het volledige strijkersensemble, contrasteert deze sopraanaria sterk met het voorgaande deel en verkrijgt en heel zangerig, licht karakter. 
IV Juravit Dominus
In dit koor contrasteren de trage passages waarin met sterke harmonische spanningen gespeeld wordt, met vinnige delen die wegebben op een diminuendo.
V Tu es sacerdos
De verschillende stemmen van het koor imiteren mekaar hier in een snel motief van zestiende noten.
VI Dominus a dextris tuis
Het begin van deze beweging lijkt een rustig verloop te voorspellen. De eerste viool zet in met een matig snel thema in achtste notenwaarden dat achtereenvolgens door de tweede viool en de basso continuo geïmiteerd wordt. Op de zich alsmaar in achtste noten voortbewegende baslijn wordt echter heel progressief een machtige constructie uitgebouwd waarbij eerst de zangsolisten en later het koor een crescendo opbouwen tot aan een harmonisch sterk geladen hoogtepunt. Ter hoogte van de tekst Iudicabit... is er een maatwisseling (van 3/4 naar 4/4) waarna het deel een meer ontspannen verloop kent. Het eindigt op een terugkeer naar de maat van 3/4 waarbij het koor in herhaalde vierde noten het woordje conquassabit rijkelijk illustreert.
VII De torrente in via bibet
Waar vorige delen vooral uitblonken door hun virtuositeit en extraverte karakter, ontroert dit deel door de stille ingetogenheid, waarmee de twee sopranen zingen tegen een achtergrond van een sobere strijkersbegeleiding en een zachte beperkte koorinterventie door tenoren en bassen.
VIII Gloria Patri
Dit laatste deel bewijst eens te meer hoe ver de 22-jarige Händel zijn compositorische talenten reeds ontwikkeld had. Het is een staaltje van opbouw en van koorkunde. Beginnend vanuit een "naakt" basso continuo motief ontplooit deze lofzang zich tot een immens koorwerk dat halverwege overgaat in een jubelend Allegro.


 

 

00:00 Gepost door Ronald in Händel | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |