22-03-08

Poulenc : Stabat Mater

Francis Poulenc : Stabat Mater voor sopraan, gemengd koor en orkest (1950).

De laatste decennia is men het werk van Francis Poulenc meer en meer naar waarde gaan schatten, nadat het aanvankelijk dikwijls als te licht en te oppervlakkig afgedaan werd. Met zijn meesterlijke Stabat Mater toonde hij hoe hij diepe emoties en religieuze overtuiging kon paren met zijn karakteristieke melodieuze, heldere schrijfstijl.

Poulenc, "du moine et du voyou".

poulenc 01

Francis Poulenc

Claude Rostand schreef ooit in Paris-Presse dat er in Poulenc twee persoonlijkheden zitten: die van een monnik en die van een deugniet. Deze beroemd geworden uitspraak vertaalde een gevoel dat de componist zelf al had geuit. Zijn katholieke overtuiging schreef hij toe aan zijn vader afkomstig uit de prachtige Zuid-Franse Aveyronstreek terwijl hij van zijn moeder zijn kwajongenskant meegekregen zou hebben. Zij was een echte Parisienne die zowel kunstenaars als handwerklieden in de familie had. Poulenc ging de verschillende tegenstellingen in zijn complexe persoonlijkheid niet uit de weg. Hij kon zich volledig laten gaan in het Parijse nachtleven maar had ook behoefte om zich op het platte land terug te trekken en zich te concentreren op zijn werk. Hij vond vrij snel een weg om zijn homosexualiteit te aanvaarden, iets wat in het begin van de 20ste eeuw niet zo eenvoudig was, terwijl vrouwen ook een belangrijke plaats in zijn leven bleven innemen. Ondanks zijn vrije levensstijl kende Poulenc ook diep religieuze gevoelens die vooral de kop opstaken op emotioneel moeilijke momenten. Van deze religieuze kant is hij zich vooral bewust geworden toen in 1936 de jongere componist en vriend Pierre-Octave Ferroud in een verkeersongeluk op gruwelijke wijze om het leven kwam. Toen hij het nieuws en de omstandigheden van het voorval (hij werd onthoofd) vernam, vertrok Poulenc prompt op pelgrimstocht naar Rocamadour waar de zwarte madonna vereerd wordt. Deze ervaring betekende veel voor de componist en zou hem aanzetten tot een aantal belangrijke religieuze werken. Een week na zijn bedevaart voltooide hij zijn "Litanies à la vierge noire". In 1937 volgde de Mis in G en in 1938 zijn "Motets pour un temps de pénitence".

Rocamadour'

Rocamadour 

Christian Bérard (1902-1949)

christian bérard' (

Christian Bérard

Na zijn opleiding als schilder begon Bérard (onder vrienden Bébé genoemd) te werken als theaterdecorateur met Louis Jouvet en Jean Cocteau die hem ook in de filmwereld introduceerde. Het decor voor "La voix humaine" geregisseerd door Roberto Rosselini naar het toneelstuk van Cocteau was van zijn hand. Verder werkte hij ook voor de balletten van Serge Lifar, Leonide Massine en Roland Petit. Als modetekenaar had hij gewerkt voor o.a. Coco Channel en Nina Ricci. Met zijn vriend Boris Kochno, leider van de Ballets Russes en mede-oprichter van het Ballet des Champs-Elysées vormde hij één van de bekendste koppels in het Parijs van de jaren '30 en '40 die openlijk voor hun homosexualiteit uitkwamen. Toen Christian Bérard in een nacht van februari 1949 de laatste hand legde aan een decor voor "Les Fourberies de Scapin" van Molière in het Marignytheater werd hij getroffen door een noodlottige hartaanval. Dit voorval had Poulenc weer diep aangegrepen. Hij richtte zich opnieuw tot de zwarte maagd van Rocamadour en componeerde zijn Stabat Mater.

 

 

Picture 021

Portret van Francis Poulenc door Christian Bérard.

Stabat Mater

Stabat Mater: met deze prachtige opening wordt meteen de toon gezet van menselijk verdriet en waardig gedragen leed. Lange tonen in de blazers op een achtergrond van zacht voortschrijdende achtste noten in de strijkers schilderen de sombere sfeer. De basstemmen beginnen zacht en vanuit de diepte met het liefdevol maar pijnlijk klinkende hoofdthema dat later door de rest van het koor overgenomen wordt. Na een meer opstandige passage sluit het deel af zoals het begon, in stilte en in de diepe tonen.
Cujus animam gementem: bij de tempo-aanduiding allegro molto noteert Poulenc: "très violent". Het korte deel begint dan ook direct op een grimmig ronddraaiende beweging in de diepe strijkers, fagotten en basklarinet van waaruit het koor strijdig opklimt. Het eindigt op een vervreemdend dissonant diminuendo op het woord gladius.
O quam tristis: In dit sombere deel ligt de hoofdrol  bij het koor dat ook a cappella inzet. Het orkest beperkt zich tot enkele fantasierijke kleurtoetsen die fel contrasteren met de donkere ernst van het koor.
Quae moerebat: dit sierlijke en lichte andantino contrasteert fel met het vorige deel. De zoete melodie benadrukt hier het menselijke, liefdevolle van de moederfiguur.
Qui est homo: qua opstandigheid is dit deel sterk verwant met het tweede. Halverwege komt ook een nerveus ronddraaiende beweging terug van waaruit een climax opgebouwd wordt.
Vidit suum: met dit prachtige deel doet de sopraan haar intrede die in lange afdalende zinnen een ontroerende melodie zingt. Het klinkt allemaal alsof de tijd even stil staat. Grillige lugubere trillers herinneren ons aan de ernst van de feiten.
Eja mater: dit is het enige deel dat schijnbaar ontspannen zelfs feestelijk klinkt en vormt dan ook een welgekomen afwisseling.
Fac ut ardeat: het koor speelt in dit maestoso terug de hoofdrol en klinkt soms heel traditioneel. De sporadisch toegevoegde orkesttinten echter brengen ons terug in de 20ste eeuw.
Sancta mater: na een traag begin met de mannenstemmen, waarbij de Heilige Moeder aanroepen wordt bouwen de rest van het koor en het orkest in versnelde beweging en op een steeds herhaald ritme een climax op. Hiermee wordt de vurige wens uitgedrukt te kunnen delen in het leed. Op het einde verstilt de muziek terug en op de woorden "virgo virginum" horen we terug een milde melodie, zo typisch voor Poulenc.
Fac ut portem: deze tweede aria voor de sopraan is een soort dramatische sarabande. Het gepuntte ritme en de grote intervallen in de sopraanlijn geven dit deel terug een nors karakter. Op het einde wordt het ritme rustiger en de melodie daalt af op de laatste woorden: "ob amore filii" alsof de liefde voor de zoon krachtiger is dan het gevoel van protest.
Inflamatus et accensus: na het statige karakter van de sarabande zetten snelle herhaalde achtste noten dit deel op een stuwende manier in. Plots stopt deze beweging en vanuit een subito adagio wordt langzaam maar zeker naar een hoogtepunt gewerkt eerst a cappella dan met orkest. Een onopgeloste hangende dissonant laat de spanning overhellen naar het laatste deel.
Quando corpus: alle spanningen die voordien werden opgebouwd lossen op in dit deel waarin de wens uitgesproken wordt dat de ziel bij het overlijden de paradijselijke rust gegund mag zijn. De kippenvel veroorzakende uithalen van de sopraan, de stralende grote tertstoonaard alsook de kracht van het koor en orkest verklanken het gevoel van bevrijding.

Graf Poulenc Père Lachaise

Het graf van Francis Poulenc op Père Lachaise.

 

 

 

23:40 Gepost door Ronald in Poulenc | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |