17-05-08

Schumann: Sym 1

Robert Schumann: Symfonie nr.1 in Bes groot, op. 38 "Lente" (1841)

Na de moeilijke strijd gewonnen te hebben om met zijn geliefde Clara te kunnen huwen voelde Schumann zich enorm opgelucht. Op hetzelfde ogenblik was voor hem het moment aangebroken om zich aan zijn eerste grote symfonische werk te wagen. Haast symbolisch liet hij zich hiervoor inspireren door een gedicht van Adolf Böttger over de lente.

Robert en Clara Schumann na veel zorgen eindelijk gehuwd

 

Friedrich Wieck
 

Friedrich Wieck

Tijdens zijn verblijf in Leipzig waar Schumann voor rechten studeerde, woonde hij een huiselijk optreden bij van de negenjarige reeds zeer onderlegde Clara Wieck. Het was de eerste keer dat hij het meisje ontmoette dat later zijn echtgenote zou worden. Schumann, die toen achttien jaar oud was, noteerde dat hij de neus van Clara te lang vond en haar ogen te groot... Hij nam contact op met Claras vader om pianolessen van hem te kunnen krijgen. Wieck was een zeer gewaardeerde pianopedagoog en de lessen brachten Robert veel bij op gebied van de technische beheersing van het instrument. Doordat deze lessen in het huis van Wieck doorgingen ontstond een nauwe band met diens kinderen en Schumann vertelde hen graag allerlei verhaaltjes en sprookjes. De relatie met de familie Wieck werd nog intenser toen Schumann bij hen ging inwonen nadat hij zijn universiteitsstudie had opgegeven om zich volledig aan muziek te wijden. Wieck was geen gemakkelijk man. Kort, verbitterd, steeds klaar om kritiek te geven en onplooibaar. Hij wilde zijn kinderen volledig naar zijn hand zetten. Schumann beschreef eens in zijn dagboek hoe Wieck bij de pianoles aan zijn zoon Alwin razend werd en "hem op de grond smeet, aan zijn haren trok en sidderde en wankelde, terwijl hij uitriep: Jij lelijkerd, is dat de manier om het je vader naar de zin te maken?" Schumann vertelde verder hoe de kleine bad en smeekte en was aangedaan door de scène. Zijn afkeer tegenover Wieck werd er alleen maar groter door.
Tussen Clara en Robert begon er geleidelijk aan een liefde te groeien naarmate Clara groter werd. Toen Friedrich Wieck hier lucht van kreeg, werd hij razend en schreef Robert dat ze elkaar niet meer mochten ontmoeten. Toch bleven ze elkaar stiekem weerzien en op 14 augustus 1837 vroeg Robert haar ja-woord. Hij richtte een brief aan Claras vader op 13 september, de dag waarop zij 18 werd. Uiteraard wilde Wieck geen toestemming geven. Uiteindelijk wachtte het koppel nog even tot ze voldoende middelen hadden om zelfstandig te leven en in juni 1839 ondernamen ze gerechtlijke stappen om te kunnen huwen zonder toestemming van Wieck. De uitspraak in de rechtbank kwam er op 12 augustus 1840 ten voordele van het jonge koppel. Zowel Robert als Clara voelden zich bevrijd en het was alsof een zware last van hun schouders viel. Het is in dit klimaat van opluchting dat Schumann zijn lente-symfonie schreef.

 

Robert en Clara Schumann in 1847
 

Robert en Clara Schumann in 1847

Schumanns eerste symfonische stappen.

Voor Schumann was het schrijven van een symfonie op een vernieuwende wijze, net zoals Beethoven gedaan had, een grootse opdracht waaraan de ware kwaliteiten van een componist konden gemeten worden. De pogingen van de meeste tijdgenoten vond hij flauwe imitaties van de grote meester. Hijzelf wilde een nieuwe stijl ontwikkelen, voortbouwend op de voorbeelden van het verleden en van eenzelfde degelijkheid. De vernieuwingen die Hector Berlioz bijvoorbeeld doorvoerde, waardeerde hij sterk.

Geboortehuis van Robert Schumann in Zwickau

Geboortehuis van Schumann te Zwickau 

In 1832 (Schumann was toen 22 jaar) had hij al een eerste poging ondernomen om een symfonie tot stand te brengen. Maar hij werkte enkel de eerste twee delen af ("Zwickau"-symfonie in g-klein), terwijl het voor de laatste delen maar bij schetsen is gebleven. De uitvoering van het eerste deel in zijn geboortestad Zwickau was geen succes en hij zag zelf in dat er nog te veel problemen waren met de orkestratie. In de jaren 1830 is Schumann dan vooral veel pianomuziek blijven schrijven terwijl in 1840 zijn aandacht vooral uitging naar het lied. Ondertussen was de drang om eindelijk toch iets voor orkest te componeren blijven groeien. Ook Clara, die bijzonder overtuigd was van zijn mogelijkheden, spoorde hem er toe aan. In 1839 schreef zij: "Het zou ideaal zijn indien hij voor orkest componeerde. Zijn verbeelding komt bij de piano onvoldoende tot haar recht en emotioneel is zijn muziek volkomen orkestraal. Het is mijn diepste wens dat hij voor orkest componeert, daar ligt zijn terrein. Hopelijk lukt het me hem er toe te brengen." Een gedicht van Adolf Böttger met de lente als thema had hem uiteindelijk geïnspireerd. Schumann had op enkele dagen tijd de grondlijnen van zijn symfonie vastgelegd. Op 21 januari 1841 noteerde hij in zijn huishoudboekje dat hij aan een symfonie was beginnen te werken. En de 23ste van die maand schreef hij: begonnen met de lentesymfonie. Op de 24ste was het eerste deel geschetst en waren het Adagio en Scherzo afgewerkt. De 25ste schrijft hij dat hij helemaal in beslag is genomen door het werk aan de symfonie en dat hij slapeloze nachten meemaakte, en op 26 januari noteerde hij: "Hoera, de symfonie is af" Het ging hierbij alleen maar om schetsen. Aan de orkestratie zou hij nog ongeveer 1 maand werken. Clara Schumann mocht in het begin niet horen wat hij op papier had gezet. Zij schreef: "Wanneer een man een  symfonie schrijft, kan je hem moeilijk vragen dat hij zich nog met andere zaken bezig houdt, zelfs de echtgenote kan dan achteraan in de rij gaan wachten. De symfonie zal binnenkort af zijn; ik heb er nog geen noot van gehoord maar ben blij dat Robert uiteindelijk is geraakt waar hij met zijn rijke fantasie thuishoort. Op 11 februari speelde Schumann eindelijk enkele fragmenten voor op de piano in het bijzijn van Clara en enkel gasten. Clara hoorde "de ontluikende botten, de geur van viooltjes, de frisse groene bladeren, de vogels in de lucht". Toen Felix Mendelssohn op 31 maart 1841 in het Gewandhaus te Leipzig de eerste uitvoering dirigeerde, maakte Schumann één van de belangrijkste dagen uit zijn muzikale carrière mee. Het concert was een bijzonder groot succes en betekende een belangrijk keerpunt in zijn carrière.

Concert in het Gewandhaus  te Leipzig in 1845

Concert in het Gewandhaus te Leipzig in 1845

Symfonie nr. 1

Het eerste deel wordt ingeleid door een Andante un poco maestoso, dat opent met een statige aanroep door de koperblazers. Op deze noten past perfect de openingszin van het gedicht van Adolf Böttger: "Im Tale blüht der Frühling auf".

Adolf_Boettger
 

Adolf Böttger

Het daarop aansluitende Allegro molto vivace gebruikt als eerste thema hetzelfde enthousiaste motief in versnelde versie waaraan de hoorns een duidelijke pastorale toon meegeven. Na een diminuendo zetten de klarinetten met twee korte, stijgende noten het tweede zachtere thema in. In de doorwerking waarin een prachtige lyrische passage met grote, brede intervallen zich doet opmerken, wordt geleidelijk aan na verschillende reeksen opklimmende noten een climax voorbereid waar het hoofdthema triomfantelijk in weerklinkt voordat de recapitulatie inzet. Even verstilt de muziek om dan plaats te maken voor de coda.

Het larghetto heeft een bijzonder ingetogen, dromerig karakter. Het eerste zangerige thema wordt aanvankelijk door de violen gebracht, later door de celli. Daarna volgt een meer bewogen middensectie met grotere, klagende intervallen en meer dynamiek. Het eerste thema komt terug en op het einde schilderen de trombones een donkere, nachtelijke sfeer. Na enkele stijgende "vragende" kwinten gaat het deel zonder eigenlijke onderbreking over in het volgende scherzo.

Dit prachtige scherzo stelt eerst de twee hoofdthemas voor die als in een rondo steeds terugkomen. Het eerste thema met de chromatisch dalende nootjes is hetzelfde thema dat op het einde van het vorige deel weerklonk in de trombones maar dan getransformeerd in een uitbundige, geestige versie, met dansende hemiolen. Het tweede thema, begonnen door de klarinet, klinkt meer zangerig en dansend. Dit scherzo bevat verder twee trio's net als in de zevende symfonie van Beethoven. Het eerste trio met zijn herhaalde noten die door diverse instrumentengroepen geïmiteerd worden, heeft iets ontspannen, lyrisch. Het tweede trio met zijn loopjes van korte opstijgende noten klinkt brozer. Een passage in mineurstemming bereidt de verrassing voor van het laatste speelse deel.

Een forte opgaande lijn opent bij wijze van aanroep de finale, waarna het dansende, pittige hoofdthema inzet. De beweging groeit uit tot een ware jubelzang in gans het orkest onderbroken door enkele originele vondsten zoals de aanroepen in de hoorns en de fluitsolo. De symfonie eindigt met een triomfantelijke eindcadens.

 

 

 

17:11 Gepost door Ronald in Schumann | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |